Reisadviseur Moniek Bos-Bouwman: 'Uw vakantie is mijn werk!'

Portugal – Alentejo

2 november in

Een stukje onbekend Portugal. Nog bijna niet ontdekt door de toerist. In de zomer komen hier voornamelijk Portugezen om vakantie te vieren. En als je dit ook wilt, moet je er vroeg bij zijn (er zijn maar weinig overnachtingsmogelijkheden). Alentejo is de wandelregio van Portugal. Veel te warm voor ons Nederlanders om in de zomer te gaan wandelen.

Prachtige hoge kliffen, ruige zee en puur natuur. Veel olijfbomen, goede wijn en een uitstekende keuken zijn de ingrediënten van deze prachtige bestemming. In vijf dagen tijd heb ik deze mooie regio mogen ontdekken.

We overnachten in Troia, een plaats op een schiereiland anderhalf uur rijden van de luchthaven van Lissabon. Omdat we laat aankomen en vroeg weer vertrekken zien we niet veel van deze plek.

Vanuit Troia rijden we een klein half uurtje langs de kust richting het zuiden; langs de weg liggen prachtige hotelcomplexen. Daar gaan we in een natuurreservaat suppen. Een leuke activiteit voor jong en oud, je staat te balanceren op een surfplank en peddelt met 1 roeispaan door het water. Een sport waarbij je al je spieren moet gebruiken om te blijven staan en vooruit te komen. Echt veel tijd om rond te kijken heb je niet, althans ik niet. Veel te geconcentreerd om maar niet van die te vallen

In Sines eten we heerlijk in een visrestaurant dat is gevestigd in een oud treinstation. Erg populair want het is er erg druk, maar dat kan ook omdat het zondag is.

We sluiten de middag af met een stevige wandeling. We lopen een heel klein stukje van de Fisherman’s Trail. De hele route is 120 km en loopt langs en over kliffen. Diverse accommodaties op de route zorgen voor je bagage, terwijl jij van A naar B wandelt. En dat is nogal een uitdaging, omdat het deel wat wij lopen over een mulle zandweg gaat. Er zitten af en toe flinke hoogte verschillen in, maar dat zorgt wel voor de meest spectaculaire uitzichten.

Vanaf hier gaan we de volgende dag het binnenland in. Je rijdt langs de diverse wijnboerderijen, olijfgaarden en andere prachtige landschappen. ’s Middags worden we met een gids rondgeleid door Beja. De oude stad is gelegen op een heuvel en heeft een grote geschiedenis. Het is in handen geweest van religieuze groeperingen. Zelfs de Fransen hebben er een bloedbad aangericht. Je kunt hier nog een kijkje nemen in het kasteel, de toren, maar ook in het oude ziekenhuis.

We overnachten op een afgelegen, maar zeer moderne wijnboerderij. Genieten van een simpele maar echt Portugese maaltijd. De manager vertelt maar al te graag over de locatie, de wijnen en het lokale eten.

We varen een half uurtje op het immens grote meer Barragem do Algueva. Je kunt hier boten huren voor meerdere dagen en aan boord slapen. Op deze manier kun je het 100 km grote meer en de plaatsjes die eraan liggen ontdekken.

Daarna bezoeken we Monsaraz, een wit dorp gebouwd op de heuvel. Met kleine smalle straatjes een mooie kerk, kasteel en leuke souvenirwinkeltjes. De plek vind ik echt wel een must do als je in deze regio bent. We overnachten in Evora, die we de volgende dag ook met een gids bezoeken. Ze kan ons van alles vertellen over deze historische stad.

De laatste middag hebben we vrij om in Lissabon te besteden. Ook een superleuke stad om nog een keer naar terug te gaan en dan voor een langer verblijf (we hadden maar twee uurtjes). Het heeft heel veel bezienswaardigheden, restaurants en winkels om een leuk weekend te vertoeven.

Meer foto’s zien, klik hier.